Sinds de spelregels rondom financiering en vastgoed in de zorg per 2008 gewijzigd zijn, is het belang van een goede huisvestingsstrategie toegenomen. Directies hebben weliswaar meer vrijheid gekregen in het aankopen en beheren van het vastgoed, tegelijkertijd hebben zij extra verantwoordelijkheden op financieel gebied gekregen. De kosten verbonden aan nieuw- of verbouw dienen terugverdiend te worden middels voldoende productie. Een mooie uitdaging.
Triatact biedt ziekenhuisdirecties kennis en expertise bij het bepalen van de huisvestingsstrategie.
Omdat wij ook ruime ervaring hebben in het leiden van primaire werkprocessen en bouwprocessen binnen ziekenhuisorganisaties, is onze benadering altijd breed. Het uitgangspunt is dat het vastgoed – als regulier productiemiddel – maximaal moet bijdragen aan de bedrijfsvoering van het ziekenhuis.
Een belangrijk aspect is bijvoorbeeld het veilig stellen - of zelfs uitbreiden - van het adherentiegebied. De steeds groter wordende keuzevrijheid van de consument en de concurrentie tussen ziekenhuizen, maakt het noodzakelijk om hier tijdig positie te kiezen. Zijn wellicht extra vestigingen/locaties nodig om de concurrentie voor te blijven? Dienen huidige locaties op termijn verlaten te worden? Zijn samenwerkingsverbanden met andere organisaties zinvol?
Ook voor een visie op verbouw- of nieuwbouwplannen op locatie, bent u bij ons aan het juiste adres. Een van de hulpmiddelen die Triatact hanteert is de schillenmethode. Deze methode verdeelt het functiepakket van een (algemeen) ziekenhuis op gebouwtypologische gronden in vier schillen:
Elk van deze schillen heeft zijn eigen kenmerkenprofiel als het gaat om specificiteit, investeringskosten, groei-/krimpbehoefte en courantheid van het vastgoed. Om de rentabiliteit van het ziekenhuis ook op de langere termijn op peil te houden is het meer dan wenselijk dat de huisvesting courant en modulair genoeg is om gehele of gedeeltelijke afstoting door verhuur of verkoop mogelijk te maken.
• de hot floor, dat wil zeggen de kapitaalintensieve, hoogtechnologische functies die uniek zijn voor het ziekenhuis; • het hotel, waar het grootste deel van de patiëntenhuisvesting toe wordt gerekend; • het kantoor, met de poliklinieken, administratie-, beheer- en opleidingsfuncties; • de fabriek, waar die functies een onderkomen vinden die kapitaalintensief zijn maar ten opzichte van de primaire ziekenhuisprocessen vooral een ondersteunende rol vervullen, zoals de laboratoria en de productiekeuken.
Deze nieuwe vormen van zorg vragen om nieuwe vormen van huisvesting. Met de verschuivende spelregels rondom zorgvastgoed, krijgen zorgorganisaties meer vrijheid en kansen om deze huisvesting te realiseren. Tegelijkertijd leidt de liberalisering van het zorgvastgoed tot extra druk op de huisvestingslasten van ziekenhuizen en V&V organisaties. De huisvestingslasten zijn opgenomen in de zogenaamde Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) en zorgzwaarte-pakketten (ZZP’s) en daarmee onderdeel van de kostprijs geworden. Hoge huisvestingslasten werken dus kostprijsverhogend en kunnen leiden tot verslechtering van de concurrentiepositie ten opzichte van collegae zorginstellingen. Hierbij spelen niet enkel investeringskosten, maar ook de onderhouds- en beheerskosten een rol.
Passende, efficiënte en flexibele huisvesting zal de komende jaren dus steeds belangrijker worden voor zorginstellingen. Maar het proces om tot passende huisvesting te komen is complex en langdurig, waarin ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen samenkomen: de vraag naar betere kwaliteit van huisvesting neemt toe terwijl tegelijkertijd de kosten zullen moeten dalen. Een goede huisvestingsstrategie vraagt kennis en visie. Kennis en visie die bij Triatact aanwezig is.